Terugblik

  
Ga ik het doen, morgen? De geijkte terugblik op 2015? Het benoemen van alle successen? Gemiste kansen? Het gemis van hen die er niet meer zijn? Of benoem ik het gevonden Groot geluk? Of het ondervonden Klein leed? 

Ik weet het. Het zijn van die tradities op een doorsnee oudejaarsavond. Net zoals de oliebollen en appelflappen. 

De vraag is: doe ik er aan mee? Het terugblikken van het jaar op die laatste dag in december? 

Nee. 

Want waarom zou een dergelijke reflectie slechts zijn voorbehouden aan oudejaarsavond? Mijn lief @liefdu_it_is en ik blikken het hele jaar terug op ervaringen. Tellen onze zegeningen en houden de mensen die zijn overleden levend door hun levensverhalen te blijven herinneren en te vertellen. We halen anekdotes aan van vakanties en genieten van herinneringen. Ervaringen met een pijnlijk randje worden minder pijnlijk door er over te praten. Ook dát doen we.

Door deze regelmatige reflectie worden ook de kleine, dagelijkse gebeurtenissen benoemd. De uitgesproken verbazing van een bloeiende roos in november, het plezier dat we beleven aan klusjes in huis. Het zijn niet de grote gebeurtenissen die een jaar succesvol maken of ‘slecht’. Het is de aaneenschakeling van het zien en daarmee ervaren van die momenten die je vrolijk maken, die je het gevoel van geluk geven; noem het verwondering of vertedering, zo je wilt. En deze aaneenschakeling van klein geluk heb je nodig ter reflectie van klein leed en als krachtige motor om door te gaan bij groot leed.

Geen traditie van terugblikken dus in huize Morgenstond. En vooruitblikken? Dat noem ik dromen en dat doen we het hele jaar. Want dromen zijn de basis voor actie. 

Durf te dromen in 2016.

Liefs, Méri.

Advertenties

Slecht nieuws

 

Het is een ochtendritueel: na het ontwaken even de kranten online lezen. In alle rust de wereld door om het ‘nieuws’ tot mij te nemen. Als ik de koppen zie van vandaag is het ellende en negativiteit die de kranten overheersen. Ik kan daar misselijk van worden. Waarom is nieuws slechts nieuws wanneer het een negatieve lading heeft of ellende over ons heen strooit? Moeten  we constant in een staat verkeren van spiegelen en onszelf gelukkig kunnen prijzen dat (… vul maar in) of onze afschuw uitspreken over (… vul maar in)? En wat vandaag met vette koppen de voorpagina domineert is morgen alweer bijna vergeten, want verdrongen door een nóg grotere ramp of gebeurtenis. 
Waarom kiest een redacteur niet voor een betere balans in de nieuwsgeving? Wat is er mis met wat kleiner geluk te publiceren? Of zijn de ‘zichzelf respecterende kwaliteitskranten’ daar te groot voor? 

Mijn humeur zou nog beter worden wanneer een openingsartikel gewoon eens een ontroerend, lief, of mooi onderwerp zou hebben. Ik weet, ik ben een roepende in de woestijn. Maar toch! Ik hoop dat er nog eens een redacteur opstaat die het het patroon van ellende, gepolariseer en politiek wereldgekonkel durft te doorbreken en een betere balans weet te vinden in het publiceren van ‘nieuws’.  Omdat ik erin geloof dat zij daarmee het verschil maken en een steentje kunnen  bijdragen aan een mildere kijk op de wereld.

Ik wens je een liefdevolle dag. Méri.

Hoezo wireless

Draadloos lijken we met elkaar en apparaten verbonden. Nog steeds kan ik mij verbazen dat je vanaf de bank, spelend met  je foon Spotify via je versterker kunt ontvangen. We plukken Netflix uit de lucht en laten films de huiskamer binnenkomen. Maar de draadloze schijn bedriegt wel een beetje. Achter al deze fancy apparaten schuilt een chaos aan kabels. Kunstig weggewerkt, de illusie wekkend dat we draadloos zijn, ligt een 8-polige stekkerdoos warm te worden van alle stroom die de apparaten vragen om dit kunstje uit te voeren.

In een vlaag van opruimwoede struinde ik vandaag door de rommella met kabels. Ik denk dat ieder gezin of individu een dergelijke bak/doos/la heeft. 20 meter belachelijk duur kabel met zilverdraad voor de speakers omdat een standaard snoer het nèt niet is, 7 vetschilende adapters om je foon te laden, 12 oortjes van de foon, 2 gedateerde HDMI-kabels van wat ooit bij een video hoorde, en tulpkabeltjes voor een dito ouderwetse installatie. Ingehaald door de techniek liggen deze kabels in de la. Zonde om weg te gooien, ‘want altijd handig, voor een je weet maar nooit’.  Ik heb het dan niet eens gehad over al die afgeschreven mobieltjes en afstandsbedieningen die deze snelgroeiende familie completeren. 

Terug naar mijn schoonmaakbui. Al mijmerend heb ik de drang om de kabels te ontwarren en netjes op te ruimen aan mij voorbij laten gaan. Als relikwieën liggen ze te wachten tot iemand er een verhaal over vertelt. Een verhaal over de tijd dat we nog met snoeren alles en iedereen met elkaar verbonden. Dus de pruttel gaat niet weg. Geïnspireerd sluit ik de la tot een later moment. Ondertussen kijk ik reikhalzend uit naar het moment dat er een oplossing komt voor draadloos gebruik van stroomtoevoer naar de apparaten.

De steeg 

 

Foto van wikimedia.

Telkens wanneer ik in Italië ben, geniet ik van de oude dorpjes en steden waar huizen en gebouwen de tand des tijds hebben doorstaan. Ik hou ervan om door oude straatjes te zwerven en te verdwalen in de wirwar van smalle steegjes. Steegjes, vicoli zoals Italianen ze noemen, intrigeren me; smalle straatjes waar amper licht binnenvalt en waar wasgoed aan lijnen wappert, steegjes met hoge deuren die toegang bieden tot binnenplaatsen waar maar weinig mensen komen.

Nooit had ik kunnen bedenken dat die Italiaanse sfeer mij tot zo dicht bij huis zou naderen. Was het daarom dat de keus voor dit huis zo snel gemaakt was? Een historisch pand dat op een halve meter van de buurman staat. Smal en donker is het pad dat naar het ‘achterom’ van het huis leidt. En wat zou ik graag de verhalen horen die ons huis te vertellen zou hebben. Hoe zag het leven eruit in 1907? Wat voor mensen bewoonden het huis? Daaraan moet ik weleens denken, als ik mijn lief ‘s-morgens uitzwaai. Wanneer hij balancerend op de fiets door de smalle steeg fietst om naar zijn werk te gaan. Z’n oude tas onder de snelbinder en een petje op z’n kale hoofd. Als ik de poort sluit, glimalach ik. We zijn thuis gekomen.